| In
de antroposofie en dus ook in het onderwijs dat hierop gebaseerd
is, gaat men ervan uit dat niet alleen cognitieve kennis van belang
is, maar ook ontplooiing van creativiteit en sociale vaardigheden.
Zo leert het kind niet alleen zijn hoofd (denken) gebruiken, maar
ook zijn hart (voelen) en handen (willen). In de vrijeschool wordt
zo gestreefd de kinderen op te voeden tot evenwichtige mensen, die
goed zijn toegerust voor het leven. .
| De vrijeschool wil meer zijn dan een ‘leerinstituut’.
Zij wil samen met de ouders kinderen opvoeden tot mensen die: |
• |
Geïnteresseerd zijn in de wereld
op hen heen en daar plezier aan beleven |
• |
Idealen hebben
en de wil om die vorm te geven |
• |
Zich betrokken
voelen bij anderen |
• |
Zich een eigen
gefundeerd oordeel kunnen vormen |
• |
Hun eigen mogelijkheden
kunnen ontplooien |
Het vrijeschoolonderwijs wordt gegeven vanuit
een eigen methodiek.
Hierbinnen richten wij ons sterk op het individuele kind, door niet
alleen te kijken naar wat het kind kán, maar vooral naar
wie hij ís. Door waar te nemen wat de leerling als individu
of de klas als groep vraagt, kan de leerkracht tot de juiste aanpak
komen. Het leerplan is daarbij de leidraad.
Binnen het onderwijs schenken we aandacht aan hoofd, hart en handen,
zo bieden wij de kinderen de mogelijkheid te experimenteren met
verschillende vormen van leren. Hierbij geeft het klassikale onderwijs
ingang om ook de sociale ontwikkeling te voeden. |
|