|
Geïnspireerd
door de opdracht om het natuurwetenschappelijke werk van Goethe
uit te geven, zocht Steiner naar de basis voor een nieuwe wetenschap.
Om stevig verankerd te kunnen zijn in de westerse cultuur moest
deze aansluiten bij het denken van de moderne mens. Vrijheid van
denken, eigen waarneming op fysiek én geestelijk gebied en
zelfstandig oordelen, zag Steiner als onmisbare voorwaarden voor
een wetenschappelijke benadering van de werking van de geest in
ons bestaan.
Zo schiep Steiner, wars van intellectuele conventies, een methode
om de relatie tussen lichaam, ziel en geest te onderzoeken en de
resultaten ervan vruchtbaar te maken voor mens en wereld. Aan zijn
basiswerk De filosofie van de vrijheid, de uitwerking van
dit denken, ontsprong een levenslange stroom van beschouwingen,
voordrachten en onderzoekingen. Deze inspireren velen tot op de
dag van vandaag bij hun eigen onderzoek en bij de doorwerking ervan
in hun persoonlijke en/of sociale leven.
Even doorslaggevend als het werk van Steiner voor de geschiedenis
van antroposofie is het werk van de mensen die dit hebben voortgezet
in innerlijke scholing, wetenschappelijke studie en maatschappelijke
werkzaamheid. Dit heeft geleid tot menige vakinhoudelijke vernieuwing.
Op gebieden als landbouw, geneeskunde, onderwijs en geestelijke
zorg maar ook in architectuur, beeldende en muzische kunsten groeide
antroposofie uit tot een inspirerende bron bij het zoeken en inslaan
van nieuwe wegen.
|
|